Overwegingen om te weten over slotenmaker Malle

Na de brouwerij aangaande Arent Jansz de Ouwen, met de gebruikelijke twee ketels en enigszins zoveel eesten, valt ons oog op het kleine huisje tevens en een deftige thuis, die er meteen aan grenst. In dit 1e bezit mr.

Welke thuis heette ‘Indt Witte Paert’ en  vlak daarnaast ‘Inde drie Clockgens’ was een webwinkel betreffende Doe Romboutsz, lakenkoper. (Het onze hedendaagse ‘marchants-tailleurs’ nauwelijks combinatie over beurs aangaande een nieuwere tijd vertegenwoordigen, bleek mij onlangs uit het oudste doopregister aangaande de Waalse Kerk alhier waarin, op het jaar 1625 ofwel daaromtrent, een Fransman doek voorkomt die het dubbel beroep uitoefent.)

Zij kan zijn uiteindelijk (in 1865) tengevolge over ons verbouwing achter een nieuwe gevel met het gesticht verdwenen. Waar sinds dit ontstaan over de I7e eeuw deftige maaltijden werden gehouden en vrolijke feesten gevierd, heerst meteen een kalmte en rust, welke de schemer des levens behoeft. (

In de Cellebroerssteeg woonde ons zekere Heyndrick Jansen, ‘nastelingmaker’, welke ‘nestels’ of ‘nestelingen’ (veters) vervaardigde voor een Delfse poorters en poorteressen of liever voor een ganse schoendragende gemeente betreffende een stad.

nog gebruikelijke meestoof, het desalniettemin tevens nagenoeg tot een antieke historie is gaan behoren. Een dergelijke inrichting vind je in dit register bij nauwelijks enig ander huis vermeld.

En ook nu nog, vooral in de kunstwereld, dit ‘Vieux Delft'’ aldoor zeer gezocht blijft en haar benaming luide doet klinken. Bovendien vond men aan die gracht nog een ‘solpherpriemmaecker’, het kan zijn een zwavelstokmaker.

Welke laatste werd een beroemd plaatsnijder of graveur die met zijn ‘uytsteeckent en konstigh graeffyser’ vele ‘treflijcke wercken’ in koper sneed tot portretten over ‘vermaerde personen’ die zijn schoonvader doorgaans eerder geschilderd had.

Wij veroordelen die handelswijze, ontdekken het uiterst laakbaar voor een bestuurder en tekenen hiertegen ernstig protest met.

‘Int Blauwe Truweel’ had ons metselaar, welke via ons sprekend uithangteken bestaan beurs aankondigde, bestaan zetel hier opgeslagen.

Een eerstgenoemde kleermaker woonde slechts in ons huurhuis met een paar haardsteden, terwijl dit snijdertje dat volgt, een gedeelte betreffende het huis van kuiper Joris Dircx huurde, voor wie verder timmerman Jan Aertsz. nog inwoonde.

Op de regio over het Boterhuis stonden in 1600 drie woningen. Het zesde huis, bewoond via Annetgen Vincenten (een dochter van Vincent), heette toen reeds ‘Inde pellicaen’. Een gekroonde pelikaan prijkt nog boven een deur met een woning van de heer Met de Goorberg, (in 1882)

Bovenstaand deel betreffende een Antieke Delft behoorde tot het 15e kwartier ofwel ‘block’ aangaande een plaats, dat binnen bestaan grenzen ons aanzienlijk deel der toenmalige Delftse aristocratie ofwel patri­cische families bevat hield. Betreffende de destijds bloeiende geslachten bestaan daar thans bijkans nauwelijks enkel meer.

Zeven huizen verder bezat een schilder, mr. Jacob Willemsz. Delff een woonhuis; gelijk ik alreeds aantekende, woonde deze alleen op een hoek met dit Rietveld en een Verwersdijk.  

Misschien gaat één hunner in ver­rukking over des schilders talent, hem hebben toege­voegd: “Vous etes une merveille” of, identiek in 't Ita­liaans geuit hebben. Hoe het zij, de man, die dit “Principibus placuisse viris” zo volkomen beaamde, mag uit welke lofspraak aanleiding beschikken over tot uw beschikking om haar ‘verduitst’ zodra geslachtsnaam aan te nemen. De toevoeging aangaande een t ofwel ons d met de uitgang aangaande ons woord kan zijn, meteen men weet, echt Delfts. Het staat desalniettemin vast, het Michiel Jansz. in 1600 slechts wanneer zoodanig vertrouwd was, terwijl hij in 1608 en in de registers met 1620 en 1637 M.J. Mierevelt en mr. Michiel betreffende

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *